Skip to content

DAQS Architectuur

Samenvatting

DAQS is niet opgebouwd als één grote applicatie waarin alle functionaliteit is samengebracht. De software bestaat uit een verzameling samenwerkende componenten, waarbij iedere component verantwoordelijk is voor een duidelijk afgebakend deel van het validatieproces.

Deze modulaire opbouw maakt het mogelijk om nieuwe databronnen, validatieregels en rapportagevormen toe te voegen zonder de rest van het platform fundamenteel te wijzigen.

De architectuur is daarmee niet ontworpen rondom één softwarepakket, maar rondom het proces van het beoordelen van digitale bouwdata.


Kernvraag

Welke ontwerpprincipes maken DAQS geschikt als schaalbare validatieomgeving voor digitale bouwdata?


Waarom dit belangrijk is

Digitale bouwprocessen veranderen voortdurend. Nieuwe software, open standaarden en gegevensbronnen volgen elkaar in hoog tempo op.

Wanneer een validatieplatform volledig afhankelijk is van één specifiek bestandsformaat of één ontwerpomgeving, wordt iedere uitbreiding complexer. Iedere nieuwe koppeling vraagt dan om nieuwe validatielogica, waardoor onderhoud en ontwikkeling steeds kostbaarder worden.

Een duurzame architectuur vraagt daarom om een duidelijke scheiding tussen verantwoordelijkheden.


Kernuitleg

De architectuur van DAQS is gebaseerd op een eenvoudig uitgangspunt:

Iedere component heeft één primaire verantwoordelijkheid.

Daardoor blijft iedere stap binnen het validatieproces overzichtelijk, testbaar en uitbreidbaar.

Op hoofdlijnen bestaat de architectuur uit een aantal logisch gescheiden onderdelen.

Bronconnectiviteit

De eerste laag verzorgt de toegang tot digitale bouwdata. Afhankelijk van de beschikbare bron wordt de informatie verzameld zonder dat de verdere architectuur afhankelijk wordt van de technische eigenschappen van die bron.

Datatransformatie

Vervolgens wordt de beschikbare informatie voorbereid voor verdere verwerking. Hierbij worden verschillen tussen databronnen zoveel mogelijk genormaliseerd zodat de volgende componenten op een consistente manier met de gegevens kunnen werken.

Validatie

De validatielaag vormt het hart van DAQS. Hier worden de verschillende kwaliteitsregels uitgevoerd waarmee wordt vastgesteld of bouwobjecten voldoen aan afgesproken eisen, standaarden en projectspecifieke afspraken.

Resultaatverwerking

Na uitvoering van de validaties worden de resultaten verrijkt met context. Hierdoor ontstaat niet alleen inzicht in dat een afwijking bestaat, maar ook waarom deze is vastgesteld en welke informatie daaraan ten grondslag ligt.

Presentatie

De laatste laag maakt de resultaten beschikbaar voor gebruikers, dashboards, rapportages en andere toepassingen.

Door deze verantwoordelijkheid te scheiden van de validatie zelf, kunnen dezelfde resultaten op verschillende manieren worden gepresenteerd zonder dat de onderliggende validatielogica hoeft te veranderen.


Architectuurprincipes

Binnen de architectuur van DAQS staan enkele ontwerpprincipes centraal.

Scheiding van verantwoordelijkheden

Iedere component heeft één duidelijke taak. Hierdoor blijft het systeem overzichtelijk en kunnen onderdelen onafhankelijk van elkaar worden ontwikkeld.

Herbruikbaarheid

Functionaliteit wordt zoveel mogelijk één keer ontwikkeld en vervolgens op meerdere plaatsen gebruikt.

Uitbreidbaarheid

Nieuwe databronnen of validatieregels kunnen worden toegevoegd zonder bestaande onderdelen fundamenteel aan te passen.

Onafhankelijke validatielogica

Validatieregels beschrijven wat gecontroleerd moet worden en niet hoe gegevens uit een specifieke bron worden gelezen.

Hierdoor blijven regels onderhoudbaar en kunnen zij in verschillende situaties worden toegepast.

Transparantie

Iedere validatie moet herleidbaar zijn. Gebruikers moeten kunnen begrijpen welke regel is uitgevoerd, welke gegevens zijn beoordeeld en waarom een bepaald resultaat is ontstaan.


Praktijkvoorbeeld

Een nieuwe opdrachtgever wil zijn bouwdata controleren op een projectspecifieke informatiestandaard. Een deel van de bestaande validatieregels kan hiervoor worden hergebruikt, maar daarnaast zijn enkele aanvullende controles nodig die alleen voor deze organisatie relevant zijn.

Binnen DAQS hoeft hiervoor de bestaande validatieomgeving niet te worden aangepast. Er wordt een nieuw analysetype samengesteld waarin de aanvullende regels worden opgenomen. Dit analysetype kan vervolgens uitsluitend beschikbaar worden gemaakt voor de betreffende opdrachtgever, terwijl de bestaande analyses voor andere organisaties ongewijzigd blijven functioneren.

De architectuur maakt het daarmee mogelijk om organisatiespecifieke validaties toe te voegen zonder het platform als geheel complexer of minder onderhoudbaar te maken.

Een analysetype kan worden vergeleken met een container. In plaats van losse validatieregels afzonderlijk uit te voeren, worden samenhangende regels gegroepeerd. Zo kan iedere organisatie precies die containers gebruiken die aansluiten bij haar eigen kwaliteitsbeleid.


Belangrijkste inzichten

  • DAQS bestaat uit afzonderlijke componenten met ieder een eigen verantwoordelijkheid.
  • De architectuur is ontworpen voor onderhoudbaarheid en schaalbaarheid.
  • Validatie is losgekoppeld van de manier waarop gegevens worden aangeboden.
  • Nieuwe databronnen kunnen worden toegevoegd zonder de volledige architectuur aan te passen.
  • Transparantie en uitlegbaarheid vormen een integraal onderdeel van het ontwerp.

Relatie met DAQS en Elements

Dit hoofdstuk beschrijft uitsluitend de logische architectuur van DAQS.

De volgende hoofdstukken behandelen de afzonderlijke onderdelen van deze architectuur, waaronder extractie, datatransformatie, de Rule Engine en validatie.

Elements maakt gebruik van dezelfde architectuurfilosofie, maar richt zich op het interpreteren en verrijken van reeds gevalideerde bouwdata.


Belangrijk om te onthouden

De kracht van DAQS ligt niet alleen in de validatieregels, maar in een architectuur waarin iedere component één duidelijke verantwoordelijkheid heeft en onafhankelijk kan evolueren.


Open vragen

  • Welke componenten zijn volledig generiek en welke zijn bronafhankelijk?
  • Welke onderdelen kunnen in de toekomst worden uitgebreid?
  • Hoe verhouden prestaties en schaalbaarheid zich tot deze modulaire opzet?