Skip to content

Het probleem in de markt

Samenvatting

De digitalisering van de bouwsector heeft de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt. Open standaarden, gezamenlijke informatiemodellen en afspraken over gegevensuitwisseling maken het mogelijk om digitale bouwdata tussen verschillende softwarepakketten uit te wisselen.

Daarmee is echter vooral het technische uitwisselingsprobleem opgelost. De volgende uitdaging is fundamenteel anders: kunnen organisaties vertrouwen op de data die zij ontvangen?

In steeds meer processen vormt dat vertrouwen de beperkende factor voor verdere automatisering.


Kernvraag

Waarom is uitwisselbare data nog geen betrouwbare data?


Waarom dit belangrijk is

Jarenlang lag de nadruk binnen BIM op interoperabiliteit. Standaarden zoals IFC, afspraken over informatiestructuren en nationale richtlijnen hebben ervoor gezorgd dat digitale bouwdata tussen verschillende partijen en softwareomgevingen kan worden uitgewisseld.

Die ontwikkeling was noodzakelijk. Zonder gemeenschappelijke standaarden zouden ontwerp-, engineerings- en uitvoeringsprocessen nauwelijks digitaal kunnen samenwerken.

Maar interoperabiliteit zegt weinig over de kwaliteit van de informatie die wordt uitgewisseld.

In de praktijk blijkt dat veel digitale bouwdata:

- onvolledig is;
- inconsistent is;
- verschillend wordt geïnterpreteerd;
- semantisch ambigu is;
- onvoldoende gevalideerd is;
- of niet aansluit op de informatiebehoefte van vervolgprocessen.

Daardoor ontstaan steeds opnieuw dezelfde problemen zodra data buiten de ontwerpomgeving wordt gebruikt.


Kernuitleg

Steeds meer processen zijn afhankelijk van digitale bouwdata. Niet alleen voor ontwerp en coördinatie, maar ook voor calculatie, werkvoorbereiding, prefabproductie, inkoop, planning, assetmanagement en AI-toepassingen.

Deze processen stellen andere eisen aan data dan een ontwerpproces. Ze verwachten dat informatie volledig, eenduidig, consistent en voorspelbaar is.

Wanneer die kwaliteit ontbreekt, moeten organisaties gegevens handmatig controleren, corrigeren of opnieuw interpreteren. Dat leidt tot vertraging, extra kosten en een groeiende afhankelijkheid van specialistische kennis.

Hierdoor ontstaat een paradox.

Veel organisaties beschikken inmiddels over grote hoeveelheden digitale bouwdata, maar kunnen deze slechts beperkt inzetten voor verdere automatisering. Niet omdat de data niet beschikbaar is, maar omdat onvoldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid ervan.

De uitdaging verschuift daarmee van data kunnen uitwisselen* - naar data kunnen vertrouwen**.


Praktijkvoorbeeld

Een IFC-bestand kan technisch volledig voldoen aan de standaard en zonder problemen worden geïmporteerd in een ander systeem.

Wanneer classificaties ontbreken, materiaaleigenschappen onjuist zijn ingevuld of objecten verschillende naamgevingen gebruiken, moet de ontvangende partij deze gegevens alsnog controleren en corrigeren voordat de informatie bruikbaar wordt.

De technische uitwisseling is dan succesvol verlopen, terwijl het bedrijfsproces nog steeds niet geautomatiseerd kan worden.


Belangrijkste inzichten

- Interoperabiliteit maakt gegevensuitwisseling mogelijk, maar garandeert geen datakwaliteit.
- Downstream processen stellen hogere eisen aan digitale bouwdata dan ontwerpprocessen.
- Betrouwbare data is een voorwaarde voor verdere automatisering binnen de bouwsector.

Relatie met DAQS en Elements

De markt ontwikkelt zich van het uitwisselen van data naar het beheersen van datakwaliteit. Daardoor ontstaat behoefte aan objectieve validatie van digitale bouwdata voordat deze wordt gebruikt in vervolgprocessen.

In de volgende hoofdstukken wordt uitgewerkt waarom traditionele kwaliteitscontroles hiervoor onvoldoende zijn en welke rol continue datavalidatie daarin kan spelen.


Belangrijk om te onthouden

De grootste uitdaging is niet langer of digitale bouwdata kan worden uitgewisseld, maar of organisaties erop kunnen vertrouwen.


Ik zou nog één stap verder gaan. Ik denk dat dit hoofdstuk eigenlijk het fundament van de hele Primer is. Als dat zo is, zou ik de tekst nog minder BIM-gericht maken. Ik zou al in de eerste alinea spreken over de digitalisering van de bouwsector* - in plaats van over de BIM-sector**. Daarmee positioneer je het probleem veel breder: BIM wordt dan één van de bronnen van digitale bouwdata, niet het onderwerp zelf. Dat sluit ook beter aan bij jullie visie waarin de focus verschuift van het model naar betrouwbare digitale bouwdata.