Het bouwobject
Samenvatting
Tot nu toe is bouwdata beschreven als een verzameling digitale informatie die tijdens de levenscyclus van een bouwwerk wordt gecreëerd, gebruikt en uitgewisseld.
Die informatie bestaat echter niet uit losse gegevens. Vrijwel alle digitale bouwinformatie is uiteindelijk gekoppeld aan één centraal begrip: het bouwobject.
Door bouwdata vanuit bouwobjecten te bekijken ontstaat een veel beter begrip van hoe digitale informatie is opgebouwd en waarom datakwaliteit verder gaat dan alleen correcte geometrie.
Kernvraag
Waarom vormt het bouwobject de fundamentele informatie-eenheid van digitale bouwdata?
Waarom dit belangrijk is
Wanneer over bouwdata wordt gesproken, denken veel mensen nog steeds aan bestanden, tekeningen of informatiemodellen. Dat zijn echter slechts de middelen waarmee informatie wordt opgeslagen of uitgewisseld.
De werkelijke informatie bevindt zich op een lager niveau: bij de afzonderlijke bouwobjecten waaruit een bouwwerk bestaat.
Een deur, wand, kolom, installatie, ruimte of bouwdeel heeft een eigen identiteit en wordt gedurende de volledige levenscyclus steeds verder verrijkt met informatie.
Vrijwel alle processen binnen de bouwsector werken uiteindelijk op het niveau van deze individuele bouwobjecten. Ontwerp, engineering, hoeveelheden, vergunningen, planning, uitvoering, beheer en onderhoud maken allemaal gebruik van informatie die aan specifieke bouwobjecten is gekoppeld.
Daarom vormt het bouwobject de natuurlijke informatie-eenheid van digitale bouwdata.
Het bouwobject als centrale informatie-eenheid
Een bouwobject is de digitale representatie van een fysiek onderdeel van een bouwwerk.
Dat kan een deur zijn, een wand, een kolom, een luchtbehandelingskast, een ruimte of zelfs een compleet bouwdeel.
Wanneer een ontwerper een deur toevoegt aan een digitaal informatiemodel ontstaat daarom niet alleen een stuk geometrie. Er ontstaat een digitaal bouwobject dat vanuit verschillende invalshoeken wordt beschreven.
Die verschillende invalshoeken vormen samen de complete beschrijving van hetzelfde object.
Geometrie
De geometrie beschrijft hoe een bouwobject eruitziet. Zij legt de vorm, afmetingen en positie van het object vast.
Eigenschappen
Eigenschappen beschrijven de kenmerken van een bouwobject, zoals materiaal, afmetingen, brandwerendheid, fabrikant of prestaties.
Relaties
Relaties leggen vast hoe bouwobjecten met elkaar samenhangen. Zij beschrijven bijvoorbeeld in welke ruimte een object zich bevindt of met welke andere objecten het verbonden is.
Classificaties
Classificaties geven aan wat voor type object het is en koppelen het aan een uniforme codering of classificatiesysteem.
Context
Context beschrijft binnen welk project, welke discipline, welke fase of welk proces het bouwobject wordt gebruikt.
Documenten
Aan een bouwobject kunnen aanvullende documenten worden gekoppeld, zoals productspecificaties, certificaten, onderhoudsinstructies of inspectierapporten.
Semantiek
Semantiek beschrijft de betekenis van de informatie. Hierdoor interpreteren zowel mensen als software dezelfde gegevens op dezelfde manier.
Eén bouwobject, meerdere informatielagen
Hoewel deze onderdelen vaak afzonderlijk worden besproken, beschrijven zij allemaal hetzelfde bouwobject.
Een deur bestaat daarom niet uit losse gegevensverzamelingen. De geometrie, eigenschappen, relaties, classificaties, context, documenten en semantiek vormen gezamenlijk de complete digitale beschrijving van één object.
Vanuit dit perspectief verandert ook de manier waarop naar een informatiemodel wordt gekeken. Een informatiemodel is geen verzameling lijnen, vlakken en volumes, maar een verzameling samenhangende bouwobjecten die gezamenlijk het bouwwerk beschrijven.
Afbeelding 4.1 – Het bouwobject als centrale informatie-eenheid
Placeholder
Illustratie met het bouwobject centraal en daaromheen de zeven informatielagen:
- Geometrie
- Eigenschappen
- Relaties
- Classificaties
- Context
- Documenten
- Semantiek
Praktijkvoorbeeld
Neem een deur als voorbeeld.
De geometrie beschrijft de afmetingen en de vorm. Eigenschappen leggen kenmerken vast zoals brandwerendheid, materiaal en fabrikant. Relaties beschrijven in welke wand en ruimte de deur zich bevindt. Classificaties geven aan tot welk objecttype de deur behoort. Context bepaalt binnen welk project en welke projectfase de informatie wordt gebruikt. Documenten voegen productspecificaties en onderhoudsinformatie toe, terwijl semantiek ervoor zorgt dat verschillende softwaretoepassingen dezelfde betekenis aan deze gegevens geven.
Al deze informatie heeft betrekking op hetzelfde bouwobject.
Belangrijkste inzichten
- Bouwobjecten vormen de fundamentele informatie-eenheid van digitale bouwdata.
- Vrijwel alle digitale bouwinformatie is gekoppeld aan individuele bouwobjecten.
- Geometrie is slechts één van meerdere informatielagen.
- De waarde van bouwdata ontstaat door de samenhang tussen alle informatielagen.
- Een informatiemodel is een verzameling samenhangende bouwobjecten.
Relatie met DAQS en Elements
DAQS valideert niet uitsluitend bestanden of geometrie, maar controleert de kwaliteit van de informatie waaruit bouwobjecten zijn opgebouwd.
Elements gebruikt dezelfde objectinformatie vervolgens om aanvullende kennis, analyses en automatisering mogelijk te maken.
Beide oplossingen vertrekken daarmee vanuit hetzelfde uitgangspunt: het bouwobject als centrale drager van betrouwbare digitale bouwdata.
Belangrijk om te onthouden
Een bouwobject is de fundamentele informatie-eenheid van digitale bouwdata. Alle informatie binnen een digitaal informatiemodel beschrijft uiteindelijk bouwobjecten en hun onderlinge samenhang.
Overgang naar het volgende hoofdstuk
In dit hoofdstuk is het bouwobject geïntroduceerd als de centrale eenheid van digitale bouwdata. De eerste informatielaag die daarbij hoort is de geometrie. In het volgende hoofdstuk wordt beschreven hoe geometrie een bouwobject ruimtelijk definieert en welke rol zij speelt binnen digitale bouwprocessen.